
‘Yankee go home!’
Nog één jaar Poetin en de Koude Oorlog is weer helemaal terug. Zoveel is duidelijk uit de spierenballentaal van Medvedev eergisteren over het Amerikaanse raketschild. Zoals we inmiddels weten, uit Medvedev geen spierballentaal, behalve in opdracht van zijn meester voor wie hij vier jaar de stoel mag warm houden. Als Rusland zijn dreigementen om meer atoomraketten te plaatsen en het Start-wapenverdrag op te zeggen, waar maakt, dan is de veelgemaakte vergelijking van het Poetintijdperk met de ‘zastoj’ (stagnatie) van Brezjnjev (na Stalin de langstzittende Russische regeringsleider) compleet.
De onenigheid over het plaatsen van delen van het Amerikaanse raketschild in Tsjechië en Polen speelt al jaren. En het is natuurlijk heel begrijpelijk dat de Russen zeer argwanend staan tegenover het plaatsen van bommen en granaten vlak bij hun grenzen door het leidende NAVO-land. Het blijft absoluut een vreemd verhaal dat, om Iran af te schrikken, de Amerikanen juist naast Rusland actief worden.
Maar in dit geval lijkt de dreiging door Medvedev om meer atoomraketten te plaatsen indien de Amerikanen hun plannen niet stopzetten, toch vooral een wanhoopspoging om de dalende populariteit van beoogd president Poetin op te krikken. Het scheppen van een vijandbeeld, waardoor de Sovjet-Unie zichzelf zo lang in stand kon houden, is wat dat betreft een beproefd “Russisch middel” om draagvlak te creeëren onder de lam geslagen bevolking. En Amerika is daarvoor de dankbaarste kandidaat.
Wat schieten we hier mee op? Nou, niets dus. Als het tandem Poetin-Medvedev zo doorgaat en er niet voor gaat zorgen dat de Russen het echt beter krijgen door het moderniseren van de economie, dan zullen onvermijdelijk ook buitenlandse bedrijven, zeg Shell, Philips en Heineken, weer als ondermijnende imperialistische krachten worden afgeschilderd. Vaker dan nu zullen die dan te maken krijgen met plotselinge, en totaal ongefundeerde, invallen van gemaskerde “belastinginspecteurs.” En wellicht krijgen we ook weer mooie verhalen over de ontmaskering van Westerse managers en diplomaten als spionnen. De enigen voor wie er dan weer Gouden Tijden aanbreken, zijn John Le Carré en zijn collega-schrijvers, die dan, na hun slappe post-Sovjetthrillers, weer echte spionageromans kunnen schrijven, met titels als: ‘The Spy who came into the Kremlin,’ en ‘Het Nord-Streamcomplot.’

Tijd voor een (licht gewijzigde) herdruk?





